ZonderZon-lied
Wat als Adam de laatste mens op aarde was?
Hij knielt en treurt, bij de laatste rib.
De rest van het skelet is door buitenaardse aaseters verorberd.
Hij is alleen.
Broeders en zusters zijn er niet meer.
De mensheid is door het landschap geraasd - heeft een dode puinhoop nagelaten.
De mens had zich almachtig gewaand.
De zon is door oorlog en genocide ten grave gedragen.
Wat rest is duisternis, waarin de maan een laatste lichtpuntje van korte hoop geeft.
De zeeën en rivieren zijn in microplastics verdronken.
Pfas en asbestpartikels hebben deelgroentetuinen onconsumeerbaar gemaakt.
Zuster flora is onder Co2 bezweken.
De boom der wijsheid is afgebrand tot een verkoold stulpje.
De bergen huilen.
Watervallen zijn uitgedroogde tranen geworden.
De aarde, ooit zo’n bruisende bron, bol van leven, had er een streep onder getrokken.
De meisjes bleven links, de jongens rechts.
De streep is middendoor gekraakt.
Iedereen is in het niks verdwenen.
Adam houdt de laatste lucifer vast. De sulfer bezwijkt onder de grote verantwoordelijkheid.
Het was wachten.
Het was hopen.
Wie zou als eerste uit deze as herrijzen: God, of de duivel.
Ik beschrijf een heel donkere toekomst, met één enkel lichtpunt.