"nigra sum sed formosa" "Zwart ben ik, maar mooi" impliceert dat zwart zijn en mooi zijn in contrast staan—wat diepgewortelde raciale vooroordelen reflecteert die in onze moderne samenleving ook doorwerken.
Dit kan symbolisch gebruikt worden om aandacht te vestigen op hoe "de Ander" (in dit geval Palestijnen) vaak gedehumaniseerd of gestigmatiseerd wordt ondanks hun menselijkheid, cultuur of schoonheid.
In die zin kan "nigra sum sed formosa" als kritiek gelezen worden op een samenleving waarin schoonheid of waardigheid pas wordt toegekend wanneer het 'maar' erbij gedacht wordt — net zoals Palestijnen pas als ‘menselijk’ worden gezien wanneer ze voldoen aan bepaalde normen die door de dominante groep worden gesteld...
Een drieluik met:
Links: Klassieke iconografie (middeleeuwse of renaissancistische afbeelding van de "zwarte bruid").een bewerkte fotocollage
Midden: Een spiegel waarin de bezoeker zichzelf ziet, met geprojecteerde woorden: “sed formosa?”
Rechts: Palestijnse gezichten (kinderen, moeders, jongeren), deels vervaagd, met littekens van oorlog, maar ook met elementen van schoonheid (kalligrafie, bloemen, traditionele kledij,in aquarelle
(dit laatste beeld is nog niet definitief)