Naar overzicht
gedicht

Loflied aan het leven

jacqueline bos
Woord

Loflied aan het Leven 

De ochtend komt op kousenvoeten 
legt stilte over steen en straat. 
geen lof, geen psalm, geen groot beginnen  
mijn hart dat langzaam sneller slaat 
en warm wordt van het licht daarbinnen 

De zon verschijnt, een licht dat waakt 
een oude vriend met gouden handen 
hij tilt de schaduw uit het gras 
verlicht het stof op vensterranden  
laat zien wat ik vergeten was 

De maan glijdt door het nachtelijk blauw 
niet pretentieus, geen schone schijn 
ze kijkt als iemand die nog weet 
hoe het is om klein te zijn 
en laat de dromen in hun vrede 

De wind strijkt langs mijn blote huid 
op reis zonder bestemming 
hij ruist een taal van vroeger tijden 
waarin herinnering en stemming 
door elkaars stilte heen glijden 

Het water zingt een dieper lied 
het stroomt waar ruimte is ontstaan 
het kent geen trots, geen vaste gronden 
het haar eigen weg wel gaan  
als tranen die geen ogen vonden 

Het vuur beweegt in zacht cadans 
een dans van licht en donker samen. 
het knettert zacht, het flikkert stil 
en schrijft in rook de oude namen 
van wie ik niet vergeten wil 

De aarde draagt ons zonder vraag 
ze ademt onder onze voeten 
ze bloeit in kleuren, ruikt naar tijd 
en laat haar kinderen stil begroeten 
wat groeit in onvoorspelbaarheid 

Ik denk aan hen die zwijgend dragen 
die houden van zonder te spreken 
geen helden, maar wie blijven staan 
wanneer hun hart soms wil bezwijken  
om toch de dag weer aan te gaan 

En als het einde ooit zal komen 
dan komt het stil, niet met geweld 
een hand die loslaat, zacht en traag 
een laatste zucht die samensmelt 
met toen, en nu en ooit 

Dan zing ik zacht voor wie wil horen 
voor licht en lucht, voor vuur en water 

niet om te weten wat het is 
maar om te voelen, keer op keer 
dat niets verdwijnt, want nu is later