In dit werk zien we een menselijke figuur van achteren - wit haar, een onnatuurlijke groene rug, en een opengewerkt achterhoofd waarin een abstract, bijna mechanisch netwerk zichtbaar is. Alles aan deze figuur oogt kunstmatig, afstandelijk, ontmenselijkt. De wereld eromheen is grauw en leeg - geen zon, geen maan, geen leven. Het werk vormt een confronterend contrast met het lied van Franciscus.
Hier zien we wat er gebeurt wanneer die verbondenheid verloren gaat. De figuur is geïsoleerd, innerlijk vervreemd. Een wezen dat zijn relatie met de natuur, en misschien ook met zichzelf, heeft doorgesneden.
Deze "gebroken lofzang" stelt een ongemakkelijke vraag: zijn we nog in staat om de wereld te zien zoals Franciscus dat deed - als een levend geheel, waarin wij slechts een onderdeel zijn?
Schilderij - olieverf op canvas - breed 70 cm en hoog 100 cm