hoe ze daar staan
hoe ze daar samen
kaal getrokken door de wind
eerder al gesnoeid
in een kring
geplant staan
schijnbaar
herinneringen ophalend
aan vroeger
toen niet alles nog
voor iedereen
bereikbaar was
zonder technologie
met regen, wind of sneeuw
waarna weer de zon scheen
bovenop hun knotten
alsof ze, ergens opgelucht, zeggen willen
tja, het gaat voorbij
’t komt nooit meer terug
die aardse waarheid
en wij gaan dat gelukkig
niet meer meemaken
want dan zijn wij al
verloren in vergankelijkheid
Bomen helpen mens en dier om te overleven. Ze zorgen voor zuurstof, schaduw en eten. Zonder bomen, geen natuur, geen leven. Dit gedicht is een eerbetoon aan natuurlijke eenvoud en natuurlijke rijkdom; net zoals in het Zonnelied tot uitdrukking wordt gebracht.